Menu Sluit
EN

Het coalitieakkoord: betekent dat nog iets voor ons?

Afgelopen week hebben D66, CDA en VVD hun coalitieakkoord gepresenteerd. En ook de gemeenteraadsverkiezingen komen er ook al snel aan. Voor ons was dit reden om kort in te gaan op wat de plannen zijn van deze aanstaande regering, en vooral, wat de impact voor kunstenaars en makers zou kunnen zijn.

Allereerst: dat er een regering is met partijen die ruimschoots ervaring hebben in regeren is alvast prettig. Dat we met zo weinig al tevreden moeten zijn is misschien wrang, maar dit zijn wel partijen waarvan we een meer afgewogen en genuanceerd beeld over de waarde van kunst en cultuur kunnen verwachten dan het vorige kabinet had. Maar dat is natuurlijk niet voldoende: we willen vooral weten wat deze coalitie van plan is met cultuur – en vooral kunst.

Een eerste beeld krijgen we al als we kijken naar hoeveel ruimte er in de tekst aan gegeven wordt. Dat is niet veel. Op een tekst van 67 pagina’s gaat maar een halve pagina over dit onderwerp. Dat is nog geen procent. Het aantal keren dat het woord cultuur voorkomt is negen – en zes gaan werkelijk over cultuur (en niet zoiets als ‘aquacultuur’). Het woord kunst komt tweemaal voor. Eenmaal gaat het over de politiek zelf: ‘de kunst van het samenwerken’; dat zet geen zoden aan de dijk. En de tweede maal lezen in de behartenswaardige zin: “Zonder vrije pers en vrije kunsten geen vrije democratie”. Kunst wordt dus opgevoerd als middel om de democratie (de kerntaak van de politiek zou ik zeggen) overeind te houden.

Mag ik dat mager noemen? Het geeft weinig vertrouwen. Op zijn best kunnen we zeggen dat er geen nare dingen staan over de kunst en de cultuur. Maar moeten we daar blij mee zijn?

Het bredere beleid – dat iedereen raakt, en dus ook kunstenaars – is wel een indicatie van wat kunstenaars en makers te wachten staat. Wat hierin opvalt is in ieder geval de AOW. Een onderwerp dat voor kunstenaars en makers wellicht niet zo sexy is, maar bijzonder belangrijk. Het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd is voor veel kunstenaars en makers een reddingsboei, waarin de voortdurende onzekerheid over inkomen eindelijk stopt. Dit kabinet schuift de leeftijd verder op. Wie nu mid-career is, zoals dat heet, zal pas na het bereiken van de zeventigjarige leeftijd hierop kunnen rekenen. Dat gaat pijn doen – voor heel veel mensen.

Goed nieuws daarentegen is dat er plannen zijn om de financiële weerbaarheid te vergroten. Onder meer door overheidsinstanties en nutsbedrijven meer te laten samenwerken en hen te vragen met overzichtelijke regelingen te komen.

Op het gebied van energie zien we dat de draad van het laatste kabinet Rutte weer opgepakt wordt: het noodfonds energie blijft bestaan. Daarnaast wordt de energiearmoede aangepakt door maatregelen voor de verduurzaming van woningen prioriteit te geven. Wat ik blijf missen is diezelfde maatregelen voor werkplekken. Veel van de bestaande regelingen zijn nodeloos duur, en de industriestandaard moet worden gevolgd wil je aanspraak maken op subsidies. Vaak is dat een standaard die de prijzen voor huren nodeloos en permanent opdrijft. Dan heb je weinig aan de subsidie, hebben we gemerkt – vandaar dat we bij SKAR een eigen route hierin volgen.

Een ander punt is het wonen. Wij zien dat voor startende kunstenaars en makers het vinden van een betaalbare woning een steeds grotere opgave is. We hebben daar eerder aandacht voor gevraagd: betaalbare werkruimte is fijn, maar als je in Rotterdam geen woning kan krijgen heb je daar weinig aan. Voor wonen is veel aandacht in dit coalitieakoord, door in te zetten op meer betaalbare woningen en nieuwe manieren van bouwen. Afhankelijk van hoe dat in Rotterdam gaat, kan dat op relatief korte termijn wel wat betekenen. Daar staat tegenover dat een van de factoren die het wonen in Nederland zo duur maakt – de hypotheekrenteaftrek – ongemoeid gelaten wordt. En dat helpt de kunstenaars en makers op de lange duur niet: de kosten voor wonen blijven hoog, zeker in vergelijking tot de landen om ons heen.

Al met al denk ik dat deze regering voor kunstenaars en makers geen potten gaat breken. Het is fijn om te lezen dat kunst belangrijk is, het zou nog fijner zijn geweest als daar concrete maatregelen aan verbonden zijn. Kunstenaars en makers zullen baat hebben bij de energiemaatregelen, al kan daar nog wel een schepje bovenop. Hetzelfde geldt voor het wonen. Maar in de bestaanszekerheid gaat deze regering vooralsnog geen verbetering brengen, de AOWplannen zijn wat dat betreft alarmerend.

In maart kunnen we kiezen voor de gemeenteraad. Die verkiezingen zullen waarschijnlijk bepalender zijn voor de kunstenaars en makers in Rotterdam. Als SKAR hebben we de partijen al suggesties meegegeven, en daar blijven we aandacht voor vragen. Een moment om daar als kunstenaar en inwoner van Rotterdam je eigen stem over te laten horen is in het GRAW verkiezingsdebat.

Ik zou zeggen: pak die kans.

Olof van de Wal